De website van Hank nodigt uit om je leven in muziek te vatten aan de hand van dertig vragen. Dit is deel 5 van mijn muzikale autobiografie.  

Een nummer dat je aan iemand doet denken

We slenterden met volle maag terug naar het hotel. Vanaf het restaurant waren we eerst een stuk met de bus gegaan, maar die stopte niet in de buurt van waar wij heen moesten maar dat was niet erg, het was nog warm in de stad. ‘Lopen is goed voor de spijsvertering,’ zei ik tegen mijn lief en ze knikte. Overdag hadden we door de stad gelopen en gekeken naar alles wat er te zien was, bij het Vaticaan zagen we hoe de paus zigzaggend over het Sint-Pietersplein werd gereden, waar een uitzinnige menigte hem toejuichte. Wij stonden op afstand, achter een hek dat werd bewaakt door mannen met wapens.  Daarna zaten we zonder jas op een terras bij het Pantheon, onze zonnebrillen niet als fashion statement maar hoogst noodzakelijk op de neus. We aten pasta en dronken prosecco en ik las in een boekje dat het gat in het dak van het Pantheon een perfect gat is. De diameter hiervan is precies even groot als de afstand van het gat tot de vloer. En ik dacht aan ‘Schip’,van Eefje de Visser, waarin ze zingt dat ze naar Rome wil omdat men zegt dat het er mooi is.
Het is er mooi.
Wel waren me de vele bedelaars opgevallen, die op trappen en stoepen zaten met een leeg bekertje voor zich en sommigen hadden een hond bij zich. Ik heb altijd medelijden met die honden omdat ze nooit gelukkig lijken te zijn en dan hoop ik maar dat er, naar omstandigheden, goed voor ze wordt gezorgd. Aan de andere kant hebben die honden tenminste nog iemand die zo goed en zo kwaad als het kan voor ze zorgt, wie weet wat er anders van hen terecht zou komen, of ze überhaupt nog zouden leven. Niemand zorgt voor hun baasje, aan het einde van de dag kun je nog steeds de bodem van hun bekers zien.
We gingen op de zesde trede van  een brede trap zitten om een sigaret te roken. Op de grond voor ons lag een zwerver te slapen, hij gebruikte de eerste trede als hoofdkussen en het zag er alles behalve comfortabel uit maar de man leek diep in slaap. Ik zei tegen mijn lief dat ik het vreemd vond dat bedelaars en zwervers me in vreemde steden wel opvallen. We rookten onze sigaret en liepen verder en kwamen nog meer slapende zwervers tegen. ‘Wat een leven,’ zei ik en mijn lief. ‘Hoe is het toch mogelijk dat het leven je zo tegen kan zitten dat je op straat moet leven.’
‘Weet je waar ik aan moet denken,’ zei ze. ‘Dat ze ook gewoon een vader en een moeder hebben.’ En ik dacht aan John Fraham en hoe ik nooit meer naar die ene zin uit 'You're the voice' zou kunnen luisteren zonder aan die jongen met zijn hoofd op de eerste trede van de trap te denken. 

 




Reacties

 

De website van Hank nodigt uit om je leven in muziek te vatten aan de hand van dertig vragen. Dit is deel 4 van mijn muzikale autobiografie.

4. Een nummer dat je verdrietig maakt

Op de Dag van je Ex las ik een stuk van Peter Zantingh voor NRC en daarin komt een aantal liedjes voorbij, onder andere het nummer waar ik niet naar kon luisteren na een verbroken relatie en waar ik precies daarom heel vaak naar luisterde.

Do you come together ever with him?
And is he dark enough, enough to see your light?
And do you brush your teeth before you kiss?
Do you miss my smell?

Ik weet niet of ze mijn geur miste. Ik die van haar wel, zoals ik alles aan haar miste. En tegelijkertijd vervloekte ik haar en hoopte ik dat ze voor altijd doodongelukkig en eenzaam zou blijven, net zoals ik op dat moment was. Liefde en haat gingen prima samen en woest huilde ik mijn tranen. Ik miste haar zelfs wanneer ik in het diepvriesvak van de supermarkt het merk pizza zag dat we vaak samen hadden gegeten en ik begon een ander merk sigaretten te roken om maar niet met haar geconfronteerd te worden. Het was een pleister op een slagaderlijke bloeding, nog steeds kon ik aan niets anders denken dan aan hoeveel ik haar miste. Ik schreef haar brieven die ik nooit heb verstuurd. En ik luisterde naar muziek die zout in mijn wond strooide.
Ze had een hemdje bij mij laten liggen waarin ik haar nog rook, elke keer een stukje minder tot ik helemaal niets meer kon ruiken. Geur slijt sneller dan pijn. Maar ik wens haar al een paar jaar lang alle geluk van de wereld toe. En ik hoop dat ze iemand heeft die haar het gevoel geeft dat ze er toe doet. Ze zal altijd een deel van mij blijven, en het zal altijd een beetje pijn blijven doen wanneer ik dit nummer hoor. Maar het is als met de verloren WK-finale van 2010, het doet alleen nog maar pijn omdat het zo mooi had kunnen zijn en dat het dat niet is geworden is inmiddels niet zo erg meer als het toen leek. 

 



Reacties

 

De website van Hank nodigt uit om je leven in muziek te vatten aan de hand van dertig vragen. Dit is deel 3 van mijn muzikale autobiografie.

3. Een nummer dat je blij maakt

Het was zo laat dat je beter kon spreken van vroeg. De zon klom al uit de horizon naar boven, ergens vlakbij werden mensen langzaam wakker en als de muziek niet heel hard zou hebben gestaan, dan had ik vogels de nieuwe dag kunnen horen toezingen. Maar de muziek stond wel hard, heel hard. We waren nog met een paar mensen overgebleven. Het feestje waar we waren geweest was zo gezellig geweest dat we, ondanks dat er al meer dan genoeg drank door onze kelen was gegleden, nog niet genoeg hadden. Eén van ons woonde in een vrijstaand huis en had een goed gevulde koelkast en veel cd’s.
We dronken en luisterden naar Temple of the dog, Audioslave en meer scheurende gitaren. Toen zette de vriend opeens Holding on to you op, van Terence Trent D’Arby, de zanger die ooit over zichzelf zei dat hij beter was dan The Beatles, maar die na zijn succesvolle debuutplaat (Introducing the hardline according to Terence Trent D’Arby) een tweede plaat uitbracht met de toepasselijke titel Neither flesh nor fish.
Ik zat op de bank en luisterde en voelde hoe het nummer bezit van me nam. Toen het was afgelopen wilde ik het nog een keer horen, en nog een keer, en nog een keer. En hoewel ik geen danser ben, stond ik op van de bank en gleed ik op mijn sokken over de vloer terwijl ik luidkeels playbackte.

Jaren later ben ik naar een concert geweest, toen Terence Trent D’Arby zichzelf geen Terence Trent D’Arby meer noemde maar Sananda Maitreya, en er ook een stuk minder patent uitzag als in de jaren ’80 en ’90. Hij was ietwat vadsig, en droeg zijn eenvoudige spijkerbroek als een bouwvakker. Ik hoopte dat hij Holding on to you zou spelen, maar er kwam geen enkel oud nummer voorbij. Zijn stem echter, was nog steeds intens mooi. Ik draai het nummer niet heel vaak, maar als ik het draai, dan playback ik nog steeds. 

 



Reacties


De website van Hank nodigt uit om je leven in muziek te vatten aan de hand van dertig vragen. Dit is deel 2 van mijn muzikale autobiografie.

2. Je minst favoriete nummer

Hoe gemakkelijk het was om mijn meest favoriete nummer te kiezen, zo moeilijk is het om te bepalen wat mijn minst favoriete nummer is. De bron met lelijke nummers is onuitputtelijk, maar zit ook vol met clichés als deze, deze, deze (op 1 minuut 18 een enorm dieptepunt, u bent bij deze gewaarschuwd), deze of deze
Sommige van die liedjes doen me echter denken aan Bavo Galema: ze zijn mooi van lelijkheid, en daarom ongeschikt om als mijn minst favoriete nummer door te kunnen gaan. Het zijn nummers die zo slecht zijn dat ik er toch keer op keer naar wil luisteren.
Eigenlijk ben ik het aan mijn stand verplicht om een nummer van U2 te kiezen. Dat is namelijk de band waar ik de grootste hekel aan heb. Het nummer Vertigo bijvoorbeeld, dat kan ik niet uitstaan. Maar mijn aversie tegen deze band is vooral ingegeven door het feit dat ik The Edge verschrikkelijk vind, hoewel ik voor hem, in vergelijking tot Bono, een standbeeld zou bouwen en waar ik elke dag een vers bosje bloemen neerleg. Ik ben enorm voor verdraagzaamheid en naastenliefde, en tegen haat, maar Bono is mijn uitzondering. Superster die als de eerste de beste groupie met zoveel mogelijk wereldleiders op de foto wil, de lul. Verder ga ik geen woorden vuil maken aan Bono, of ik ga me nog echt kwaad maken ook.
Of kies ik voor Overcome, van Live? Een gedrocht van een lied, waarbij ik vooral aan het einde van het nummer een haast onbedwingbare zin krijg om luid schreeuwend spullen in het rond te gooien, bij voorkeur door ramen heen. Dat is waar een echt slecht nummer aan moet voldoen: het moet me kwaad maken, me laten schreeuwen van walging en me buikpijn bezorgen.

Er is veel om uit te kiezen, er zijn voldoende nummers die me een beeld geven over hoe de gevangenen op Guantanamo Bay met muziek zijn gefolterd. Maar ik kies niet. Wanneer ik één nummer als mijn minst favoriete nummer bestempel, zou dat andere nummers te kort doen. En ik denk aan Halle Barry in 2004. Wanneer je tot allerslechtste wordt verkozen, sta je nog steeds bovenaan, win je. En slechte nummer horen niets te winnen.

Reacties

 

De website van Hank nodigt uit om je leven in muziek te vatten aan de hand van dertig vragen. Dit is deel 1 van mijn muzikale autobiografie.

1. Je favoriete nummer

Ik durf geen tatoeage te nemen, omdat ik bang ben voor naalden. Ik kan me een aflevering van Chirurgenwerk herinneren waarin een onderbeen werd geamputeerd. Het scheenbeen werd doorgezaagd en het losmaken van kuitbeen leek meer op sloopwerkzaamheden dan op een medische ingreep. Er werd met een tang in geknepen en het bot kraakte en brak. Vervolgens werd het onderbeen door één van de assistenten in een soort vuilniszak gegooid die werd vastgehouden door een andere assistent. Ik keek er vol interesse en zonder een spier te verrekken naar. Maar kom niet bij me aan met naalden. Toen ik ooit een SOA-test deed was ik blij dat het gevreesde wattenstaafje er niet aan te pas hoefde te komen, maar mijn blijdschap smolt al snel weer toen de arts zei dat hij een paar buisjes bloed nodig had. Ik kneep mijn billen samen, draaide mijn hoofd weg en sloot mijn ogen.
Anders had ik wel een tattoo gehad. Geen plaatje van iets, maar regels tekst:

 I will hold the candle
'Til it burns up my arm
 I'll keep takin' punches
Until their will grows tired

I will stare the sun down
Until my eyes go blind
 I won't change direction
And I won't change my mind

Misschien niet de hele tekst, maar toch in ieder geval de laatste twee regels. Ze komen uit Indifference van Pearl Jam en dat is mijn favoriete lied aller tijden bij leven, en het laatste nummer dat op mijn begrafenis/crematie wordt gedraaid. Niet dat ik van plan ben om snel dood te gaan overigens. Ik heb dus nog, de onvoorspelbaarheid van de dood daar gelaten,  tijd genoeg om na te denken of ik mijn levenloze lijf in de grond wil laten stoppen of dat de fik erin mag. We zullen zien.
Gelukkig heb ik daarmee ook nog tijd genoeg om nog heel vaak naar Indifference van Pearl Jam te luisteren. Überhaupt naar Pearl Jam, de beste band ter wereld waarvan ik om de zoveel tijd een ander nummer grijs draai. Maar altijd zal Indifference met afstand bovenaan de lijst favoriete nummers staan, niet alleen van Pearl Jam maar van wie dan ook. Het is de stem van Eddie Vedder, het fluisterend zingen van de zin I Will cream mie luns out/ 'Til it fills this room’  in een van de versies en het is de tekst die voor mij gaat over het volgen van je eigen pad, tegenslagen overwinnen en trouw blijven aan jezelf. Ik wil zijn als de tekst van Indifference: krachtig en sterk. En misschien gaat het lied daar ook wel over. Dat je moet blijven vechten voor dat wat je wilt en dat je de tegenslagen voor lief neemt. Dat het pijn kan doen, maar dat die pijn draaglijk is als je blijft denken aan het hogere doel. Weet ik veel. Ik vind het gewoon een mooi lied. Vanwege de herinneringen die ik er aan heb. Dat is wat muziek vooral mooi maakt, de herinneringen aan momenten waarop je een lied hoorde, waarop een lied je leven een nieuwe afslag op duwde die je daarvoor niet eens had gezien. Soms is het een snelweg, soms een doodlopende steeg, dat maakt niet uit. Ik vind liedjes mooi omdat er iets gebeurde toen ik ze hoorde, omdat ze met me mee gaan, waar ik ook ga. Muziek is je allerbeste vriend, die je nooit in de steek laat. Die naast je in de foetushouding pathetisch komt liggen janken. Waar je sigaretten mee rookt, dronken mee wordt, waarmee je op wolken klimt en waarmee je keihard naar beneden valt. Gewoon, omdat het je vriend is, waar je van houdt en dat is dat. Liefde moet je niet willen uitleggen, dat moet je bedrijven als tijdens een massale stroomstoring. En als er een stroomstoring is en mijn stereo niet werkt, dan neurie, zing of schreeuw ik Indifference. Daarom is het mijn favoriete nummer aller tijden.
En het is maar goed dat ik bang voor naalden ben, want voor wie zou ik die zinnen in mijn huid laten schrijven? En waarom? Om ze vervolgens, wanneer de tand des tijds onvermijdelijk vat krijgt op mijn lichaam te laten vervagen alsof er regen op het vel papier gedruppeld heeft. Alles wordt lelijker met het verstrijken van de jaren. Muziek niet. Indifference al helemaal niet. 

 





Reacties