Stoofpeer

 

Na drie haltes ben ik de enige overgebleven passagier. Ik zit halverwege, ver genoeg om geen verplicht praatje met de chauffeur aan te hoeven knopen. Zonder echt te kijken staar ik uit het raam, moe en verveeld. Ik haat de bus. De tram heeft charme, de metro is best te doen, maar de bus... Bussen zijn voor op het platteland, voor ouderen. Het is de stoofpeer van het openbaar vervoer. En ik zit in de nachtbus, die is nog erger.

 

Het is meer dan vijftien jaar geleden dat ik in een nachtbus heb gezeten, bedenk ik me terwijl ik geen idee heb of de bus de goede kant op gaat. Als we gingen stappen in wat toen nog 'de grote stad' was, was er geen andere mogelijkheid om thuis te komen. Stomdronken, volledig doorrookt en met een zwaar op de maag liggend broodje shoarma achter de kiezen stapten we de bus in en lieten ons in de stoelen zakken. De eerste tien minuten werd er nog gepraat en gelachen, vooral om de polaroidfoto's waarop van minimaal een van ons alleen zijn blote reet te zien was.

 

Meestal begon de stilte nadat de bus halte Monnickendam verliet, zijn weg vervolgde naar Hoorn en het bier dat in de loop van de avond over broeken, shirts en truien was gemorst begon uit te dampen. Je hoorde niets meer, behalve die oorverdovende pieptoon die er helemaal niet was.. En zelfs terwijl je wist dat je muisstil op je stoel zat, zodra je je ogen sloot zat je in de meest verschrikkelijk rollercoaster ooit. Alles bewoog, alles draaide, met name je maaginhoud. Als die alleen draaide had je geluk.

 



Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld