Uit het wiel


Ik ben nooit een klimmer geweest. Een sprinter al net zo min. In de tijd dat ik nog wel eens op een racefiets zat reed ik, alleen of met vrienden door het vlakke West-Friesland met maar een enkel doel: stoempen. In het parcours zat hooguit één col, dat was een viaduct. Niet per se een enorme puist maar door het gebrek aan glooiing in het landschap toch hors catégorie. Ik reed graag op kop wanneer we gingen fietsen. Doorkachelen en proberen de stenen uit de straat te rijden, meer deed ik niet en kon ik ook niet. 

Toch ging ik ooit op een week op fietsvakantie in Italië, waar ik zeven dagen lang met mijn hol open tegen veel te steile bergen op ploeterde. Mijn eigen Tour, al was het in het land van de Giro. Het was in een jaar dat Lance Armstrong fietsles gaf aan Jan Ullrich. Op een middag was ik net begonnen aan de laatste klim van de dag, ik kon de pasta al bijna ruiken, toen ik werd gepasseerd door een andere fietstoerist. Hij zag er een stuk professioneler uit dan ik deed. Ik pikte aan en in mijn hoofd begon Jacques Chapel commentaar te geven. Ik bleef in zijn wiel zitten linkeballen en hield kon zijn tempo zonder al te veel moeite bijhouden, iets dat hem zichtbaar irriteerde. Af en toe keek hij om of ik er nog zat, zette een tandje bij en probeerde eraf te pieren. Ik bleef manmoedig volgen. Tot hij voor de laatste keer omkeek. “Heb je gister Armstong gezien?” vroeg hij. Aangezien ik geen pap meer kon zeggen, knikte ik slechts kort. Ik wist waar hij het over had. Lance had de dag ervoor tijdens een beklimming waarin hij werd gevolgd door Der Jan, een paar keer jaar Ullrich omgekeken en was er vervolgens als een speer vandoor gegaan. “Dan weet je wat er nu komt,” zei de man. “Doei.” Hij gaf er een ongekende lap op en alsof hij aan het dalen in plaats van klimmen was schoot hij naar voren.

Mijn benen vulden zich direct met pap. Het elastiek waaraan ik had gebungeld was gebroken en ik zat met mijn ogen achterstevoren in mijn hoofd op de fiets. Althans, nog een paar bochten hield ik de voeten op de pedalen. Terwijl ik het laatste stuk lopend aflegde, begreep ik hoe de mindere goden in het peloton zich moeten voelen wanneer ze aan den lijve ondervinden dat de Tour op niemand wacht.

 


Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld