Afdingen


Blog voor vrouw.nl van 23 november 2012

 

Ik ben de ideale klant voor elke verkoper. Ik trap overal in, laat me elk denkbaar aanvullend product aansmeren en bovenal, ik ding niet af. In tegenstelling tot mijn vader, die bij alles van enige importantie dat hij koopt bij het horen van de prijs steevast ‘daar gaat de korting dan natuurlijk nog van af? vraagt, wil ik het liefste zo snel mogelijk de winkel weer uit. Onderhandelen vind ik teveel gedoe en ik weet van mezelf dat ik over een belabberd pokerface beschik; er is geen verkoper die me serieus zou nemen wanneer ik een wankele voet bij stuk zou houden over de veel te hoge prijs van het maakt niet uit wat. Sterker, ik straal uit dat ik een ontzettend makkelijke prooi ben. Talloze keren ben ik op straat aangehouden door studenten die het donateurschap van een goed doel aan de mens probeerden te brengen. Waar anderen hun aura heel hard ‘Nee!’ kunnen laten uitstralen, werd ik telkens aangesproken, bleef ik nog staan ook en was ik na vijf minuten donateur van een stichting waar ik nog nooit van had gehoord. Daar heb ik inmiddels een methode tegen gevonden (de omtrekkende beweging), maar nog steeds ben ik volstrekt beïnvloedbaar voor iedereen die me iets probeert te verkopen. Zelfs Cato heeft door dat ze me kan manipuleren.  

Ze eet ’s avonds slecht en we doen er alles aan om haar te verleiden haar bord leeg te eten. Ondanks dat elk opvoedkundig boek zegt dat je niet moet straffen en belonen, paaien we haar bij het diner met ijsjes. Als ze goed eet, krijgt ze een ijsje. Dat mes snijdt aan twee kanten, omdat ze dan hopelijk meer eet én omdat het zelfgemaakte ijsjes zijn met bijvoorbeeld banaan en wortel. Dat werkte een tijd lang goed, maar inmiddels claimt ze al voordat ze hap heeft genomen haar toetje. Maar zo werkt het natuurlijk niet, dus afgelopen zondag maakte ik een deal met haar. ‘Tien hapjes eten, en dan krijg je een ijsje.’ Ze dacht even na, inclusief wijsvinger langs haar mond en zei toen: ‘Eén hapje, dan een ijsje.’ Ze keek me triomfantelijk aan. En ik voelde mijn ruggengraat week worden, een lichte paniek maakte zich van mij meester en het eerste druppeltje zweet stond klaar om zich uit een porie naar buiten te duwen. Ik wilde zakken naar negen, acht of zelfs zeven hapjes.  Maar op het laatste moment vermande ik mezelf en hield voet bij stuk. In zekere zin dan. Want na zeven hele, twee halve en hap van een lege lepel, kreeg ze toch haar ijsje. En terwijl zij er keurig de stukjes wortel uit pulkte, zat ik licht verslagen aan tafel en dacht: Ik ben de ideale verkoper voor elke klant en zij heeft overduidelijk de genen van haar opa.



Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld