Laatste artikelen


Het oude schoolgebouw wordt gesloopt. Er stond nog maar een klein stukje overeind toen ik er langs liep, op weg naar de fietsenmaker. De fiets van mijn lief had een lekke band, vandaar. De nieuwe school, die een paar honderd meter verderop staat, is al een paar maanden open. Het is een rond gebouw, met daarnaast een ronde parkeerplaats slash  speelplaats. Er staat ook een schommel, een van de weinige in de buurt. Ik bleef even staan kijken. Achter het hek van de oude school stond een bouwvakker. Hij droeg een helm en gehoorbeschermers, maar die zaten niet op zijn oren. Hij droeg wat ooit een fleurig overhemd met korte mouwen was. Er hing een zwart lederen etui voor zijn telefoon – ik vermoed een oud model Nokia, aan de riem van zijn korte broek.
Het was lekker weer.

De man leek niet veel meer te doen dan daar staan. Af en toe sprak hij met de tweede bouwvakker, die in de graafmachine zat en de stalen bek happen over het nog overeind staande stuk gebouw liet nemen. Of eigenlijk waren het hapjes. Kleine, voorzichtige hapjes zoals kinderen met losse melktanden die uit een appel nemen. De hapjes werden uitgespuugd in een al overvolle container. Het waren mannen op leeftijd, net te laat voor de VUT.
Het werk werd met een prachtige traagheid verricht, die niet alleen paste bij de leeftijd van de twee mannen, maar het leek ook alsof ze ergens nog hoopten dat als ze maar langzaam genoeg zouden zijn, dat de sloop dan misschien alsnog zou worden afgeblazen. Maar dat gebeurt nooit. De bouw van iets wordt nog wel eens stilgelegd, de sloop zelden. Omdat alles nu eenmaal een keer kapot moet.

 



Reacties


Ik reed naar een begrafenis en onderweg vroeg ik me af wanneer ik dat voor het laatst had gedaan. Dat kon ik me niet meer herinneren en ik hoopte maar dat het na vandaag ook weer heel lang zou duren. Het regende en het waaide en in de auto luisterde ik naar Antony and the Johnsons en toen ik het dorp in reed zag ik overal vlaggen die halfstok hingen. Het dorpscafé waar we na afloop naartoe zouden gaan voor koffie had een grote foto van de overledene aan de gevel gehangen. Ik keek ernaar, naar het gezicht van de man die ik niet goed kende en ik bedacht me dat zelfs mensen die hem wel heel goed kenden zich nu misschien zouden afvragen of dat wel echt zo was. 

Het was druk, ik stond in de tent die naast de kerk was geplaatst en daar stonden tv-schermen maar die deden het niet, ik hoorde alleen wat er in de kerk werd gezegd en ook daar kreeg ik brokken van in mijn keel.
Ik luisterde naar de toespraken en leerde meer over hem van wie we afscheid namen, door de woorden van de mensen die ik niet kon zien en ik kon daarom zijn keuze beter begrijpen. Wat verder niets hielp, het was nog steeds verdrietig en toen ik na afloop naar huis reed regende het nog steeds.  



Reacties


“Carolynne stopt je in en trekt zachtjes de buitendeur achter zich dicht.”
En dan gaat ze dus weg. Je huis uit, de straat uit en nog verder, tot ze thuis is en niet maar aan je denkt terwijl jij slaapt om de volgende ochtend alleen wakker te worden, zoals elke dag.
Ze voorziet ongetwijfeld in een behoefte, Carolynne met haar professionele knuffelpraktijk Lepeltje Lepeltje. Net zoals er lachtherapie bestaat, daar hebben mensen ook baat bij, al lach ik zelf liever niet op commando, doe mij maar gewoon een goede grap. Net zoals ik graag knuffel met mensen die ik ken, die dicht bij me sta en waar ik iets voor voel en die ik er niet voor hoef te betalen. Maar er zijn mensen die niemand hebben. Niemand die ze een grap vertelt, niemand die überhaupt met ze praat, en al helemaal niemand die een arm om hen heen slaat.
In dat gat is Carolynne gesprongen. Tegen betaling kun je jezelf door haar laten masseren, met haar knuffelen of naar Pathé Tuschinsky, waar ze speciale tweepersoonsstoelen hebben waarin je samen van de film kunt genieten.
En ze biedt de instopservice aan.
We maken ‘s avonds een afspraak voor een knuffelsessie en/of massage en spreken nog even je dag door. Daarna kan je rustig en ontspannen naar bed.”
En dan stopt ze je dus in en trekt zachtjes de buitendeur achter zich dicht.
Carolynne laat je de eenzaamheid even vergeten en dat lijkt me fijn voor de mensen die het nodig hebben. Maar vooral word ik heel verdrietig van de gedachte dat er een markt voor is. 






Reacties


We gingen lunchen in het hotel dat langs de A2 staat bij de bocht naar de A9 en dat mijn dochter altijd het kasteel noemt en dat een baken voor haar is. Wanneer ze de blauwe cilinder ziet weet ze dat we bijna thuis zijn. Onder de kerstboom had ze een Barbie prins gekregen, die met haar andere barbies mee naar het bal kon gaan en met hen kon trouwen, zoals zij zelf de afgelopen dagen een paar keer met mij is getrouwd. Dan schoven we een ring aan elkaars vinger en bezegelde ons verbond met een kus. "Die ring ga ik straks aan mijn kinderen en aan mijn man laten zien," zei ze de eerste keer. "En dan vertel ik dat ik getrouwd ben." De prins mocht nu eerst mee naar het kasteel.
Het restaurant zit op de zeventiende verdieping en we hadden een mooi uitzicht, tot de zonnewering automatisch naar beneden ging. We konden er wel doorheen kijken maar echt iets zien deden we niet. Het personeel was onvriendelijk, of beter gezegd: ze hadden helemaal geen oog voor de gasten. Op de hoek van onze tafel zat de prins, met aan elke zijde een Barbie en hij keek maar wat voor zich uit alsof het ook hem allemaal niets kon schelen.

 

 


Reacties


Ik keek de film Her en ik moest denken aan het boek The Circle van Dave Eggers, hoewel het twee verschillende verhalen zijn. De personages in de roman van Eggers delen alles, met iedereen. Wie niet deelt hoort er niet bij, privacy is diefstal. In Her deelt de hoofdpersoon alles alleen met zijn grote liefde Samantha, een besturingssysteem met de stem van Scarlett Johansson. Met echte mensen praat hij nauwelijks, in de hele film raakt hij nog geen handvol mensen aan. Het zijn twee verschillende verhalen over de toekomst van de wereld maar allebei gaan ze vooral over eenzaamheid. Over de definitie en de waarde van contact, over hoe we binnen misschien wel afzienbare tijd met elkaar omgaan, als we nog wel echt met elkaar omgaan.
The Circle is een prachtige roman, Her is een prachtige film. Maar ik las en keek met hetzelfde gevoel als toen ik afgelopen voorjaar in Rome in een restaurant foie gras at. De cameriere had vooraf gevraagd of we ergens allergisch voor waren of dat er dingen waren die we niet aten. We zeiden nee, omdat we niet aan foie gras hadden gedacht. En ineens stond het voor ons op tafel. En we aten het en het was heerlijk maar omdat het foie gras was en dat wordt gemaakt zoals het wordt gemaakt, hadden we een vreemde nasmaak.
De realistische toekomst die Dave Eggers en Spike Jonze me voorschotelden waren als schitterende opgemaakte borden in een sterrenrestaurant, maar smaakten bitter. En ik dacht aan mijn dochter, die vier jaar oud is en opgroeit in een wereld waarin ze straks misschien de fictie van nu leeft en dat maakte me verdrietig. 

 




Reacties


Ik zei dat ik voor haar wou sterven
En dat vond zij niet fijn
Zij hield van dieren en van mensen
Die in leven wilden zijn


Ik heb Gorki ooit één keer live zien spelen. Het was in Gent, ik ging met vrienden en we maakten er een weekendje weg van. Op vrijdagmiddag reden we naar België en we kwamen achter Utrecht in een enorme file terecht. Tot overmaat van ramp sloeg de motor van mijn auto ook nog eens af, en het duurde vijf minuten voordat ik hem weer aan de praat had. Hoewel we nog tijd genoeg hadden, maakte dit voorval dat één van mijn vrienden zich op de rand van een zenuwinzinking bevond. Toen we uit Amsterdam vertrokken maakte hij al een nerveuze en gehaaste indruk: we waren de A2 nog niet opgedraaid of vanaf de achterbank vertelde hij drie keer achter elkaar welke afslag we bij Breda moesten nemen.
We kwamen ondanks alles ruim op tijd in Gent aan en nadat we hadden ingecheckt in het hotel liepen we door de stad en we dronken wat in een café. Wij dronken, de zenuwachtige vriend zoop. Toen we honger kregen aten we iets in een Italiaans restaurant. De zenuwachtige vriend matigde zijn tempo niet. Tijdens het eten dronk hij zoveel wijn dat ik vermoed dat hij geen enkele herinnering aan het concert van Gorki heeft. Ik zie hem nog onzeker op zijn benen staan, steun zoekend bij het hek dat om de P.A. stond. Ik weet niet wat hij heeft gehoord, maar gezien heeft hij Gorki nauwelijks. Misschien herinnert hij zich de kater van de volgende dag nog. Ik herinner me het concert nog wel, maar dan vooral de dronkenschap van de zenuwachtige vriend. Dat vond ik nooit erg, omdat ik Gorki nog wel een keer zou gaan zien, en bij dat concert zou ik nieuwe herinneringen aan Luc de Vos en zijn band maken.
Ik ga Gorki nooit meer live zien.
Dat kan niet meer. Vos is dood.
Zijn muziek blijft, en zijn boeken blijven, gelukkig. Maar mijn eerste herinnering aan Gorki live zien optreden blijft nu een herinnering waarin Luc de Vos alleen een decorstuk is, en dat spijt me.


(foto: www.Gorki.be






Reacties

 

Ik zat vorige week in de tram, onderweg naar het Concertgebouw, waar ik Eefje de Visser zou gaan zien. Onderweg luisterde ik voor de eerste keer naar de nieuwe plaat van Damien Rice, die ik precies een week eerder in Carré zag. Dat was een bijzonder concert. Hij stond op het podium en zong, zonder een woord met het publiek te wisselen en dat was de vorige keren dat ik hem zag wel anders. Het concert werd hierdoor vooral intenser.

Ik hoorde de geluiden van de tram, het verkeer waar we doorheen reden en van de gesprekken van de andere mensen zachtjes op de achtergrond, waardoor het leek alsof ik in een café vol mensen die zich niet interesseerden voor de muziek stond en ik de enige was die wel luisterde en besefte dat er iets heel moois werd gespeeld. Wat natuurlijk klopte, alleen ik hoorde de liedjes en het was weer een intense beleving, inclusief kippenvel en bij The greatest bastard voelde ik de tranen tegen mijn gesloten ogen duwen. Ik vond het bijna jammer dat ik naar Eefje de Visser ging omdat ik het liefste de hele avond in het donker op de grond wilde liggen om tot diep in de nacht naar Damien Rice te luisterden. Ter plaatse rookte ik een sigaret terwijl ik op mijn gezelschap wachtte en later sprak Eefje de Visser wel met haar publiek en het werd een magisch concert. 

 

Reacties

 

We brachten onze dochter voor de tweede keer naar school. Vorige week was ze al een uurtje wezen wennen, toen miste ik het wegbrengen en was ik er alleen bij toen we haar weer op gingen halen. Ze zag ons wachten en stak trots twee duimen naar ons op. De weken hiervoor vond ik het op een angstige manier spannend dat ze naar school zou gaan en ik wist dat het alleen mijn angst was en dat ik eigenlijk niets had om bang voor te zijn, dat het alleen maar angst was voor het nieuwe, voor de verandering, en ik bewonderde de kinderlijke onbevangenheid van mijn dochter, die alleen maar bang is voor krokodillen onder haar bed en zelfs dat eigenlijk niet eens echt.

We waren vroeg op het schoolplein, de kinderen uit haar klas speelden op het pleintje en er kwamen direct een paar meisjes uit haar klas naar ons toe om te kletsen en ze vroegen aan hun nieuwe klasgenootje of ze mee wilde spelen. Toen de les bijna weer begon pakte een van de meisjes de hand van mijn dochter en samen huppelden ze naar de deur, en ik moest er bijna van huilen.
Twee uur later haalden we haar weer van school. We stonden met andere ouders in de rij, een voor een mochten de kinderen de klas verlaten, nadat ze de juf een hand hadden gegeven. Het meisje waarmee onze dochter had gehuppeld was een van de eersten, ze zwaaide naar ons en ik hoorde haar tegen haar moeder zeggen dat ze het vriendinnetje is van het nieuwe meisje in de klas. Ik was niet bang meer en ik moest alweer bijna huilen.


Reacties (2)

 

Je ziet ze soms vanaf de snelweg. Oude boerderijtjes die al ver voordat het landschap door een streep asfalt in tweeën werd gedeeld zijn gebouwd. Ze zijn vervallen, de boer en boerin zijn vertrokken, misschien wel omdat de snelweg werd aangelegd en zij niet langer hun bedrijf konden of mochten bestieren. Er groeit klimop tegen de muren aan, dakpannen zijn verschoven of gevallen, de ruiten gesneuveld. Ik houd van dit soort boerderijtjes, van alles wat er vervallen uitziet en waar je, in tegenstelling tot bij pas opgeleverde nieuwbouwflats, de historie bij kunt verzinnen. Een historie die romantischer dan de werkelijkheid zal zijn, zoals ik ook mijn eigen historie rooskleuriger voorschotel dan hij is. In ‘Alsof het voorbij is’ schrijft Julian Barnes hier het volgende over:

Hoe vaak vertellen we ons levensverhaal? Hoe vaak stellen we bij, verfraaien we, laten we handig dingen weg? En hoe langer het leven doorgaat, hoe minder er om ons heen overblijven om onze versie te betwisten, ons eraan te herinneren dat ons leven niet ons leven is, maar alleen het verhaal dat wij erover verteld hebben. Verteld aan anderen, maar –voornamelijk- aan onszelf.

Het is een alinea waardoor ik een ezelsoor in de pagina wil vouwen, zodat ik de zinnen snel terug kan vinden wanneer ik ze volgende maand of over een jaar nog een keer wil lezen. Of dat ik over een paar jaar het boek zonder aanwijsbare reden weer uit de kast trek, mezelf afvraag waarom ik het ezelsoor heb gemaakt en nadat ik het boek op die pagina heb opengeslagen die zinnen weer lees zoals wanneer ik naar oude foto’s kijk. Ezelsoren zijn als het kaartje van een concert van je favoriete band dat je ergens onder in een la bewaart voor het geval je ooit vergeet dat je er bij was.
Ik houd van boeken met ezelsoren, boeken waar herinneringen in zitten en die eruitzien als dat vervallen boerderijtje, ergens langs de snelweg. ‘Alsof het voorbij is’ zou zo’n boek zijn geworden, als ik niet zou lezen in de nieuwbouwflat die mijn e-reader is. 

 


Reacties

 

De bar van Paradiso was gesloten en ik vroeg me af of dat te maken met het concert op 3 oktober 2006. Toen speelde Ryan Adams met The Cardinals in dezelfde zaal. Ik was er met mijn toenmalige lief en naast mij stond een jongen met een pet op zijn hoofd. Aan de klep zaten twee microfoontjes en toen het concert begon zette hij zijn opnameapparatuur aan. Het was een vreemd concert, Ryan Adams keek de zaal nauwelijks in en zei niets, helemaal niets tegen zijn publiek. Zelfs toen er een man, slechts gekleed in een onderbroek, het podium op klom reageerde hij niet. Er kwam geen toegift. Adams verdween opeens van het podium en niet veel later vertrok de band ook maar, in dezelfde staat van verwarring als die heerste in de zaal en die daar al snel omsloeg in woede. Er werden van alle kanten bierglazen op het podium gewonnen, alsof zojuist de winnaar van de Grote Prijs van Nederland bekend werd gemaakt. Het was een memorabele avond maar om de verkeerde reden, zoals ik me ook de dag waarop mijn toenmalige lief me verliet nog steeds herinner.
Ook afgelopen maandag was ik er met vriendin J. En dit concert was memorabel om de goede reden, ondanks dat Adams er in het begin niet veel zin in leek te hebben en halverwege vertelde dat hij zijn stem aan het verliezen was. Of beter, omdat hij zijn stem aan het verliezen was. Het laatste deel van het concert stond hij alleen op het podium. Beter gemutst en met een akoestische gitaar. Hij speelde de rustige nummers waar ik hem zo om bewonder. Er hing magie in de lucht. Voor ons stond een ouder stel en ik zag haar hand op zijn schouder en zijn hand daar weer op. Ik vond het mooi dat zij er waren en ik was gelukkig omdat wij er ook waren. Toen het concert was afgelopen ging de bar weer open. We haalden nog een laatste biertje en dronken dat gewoon op. 

 


Reacties