Laatste artikelen

 

Viagra kopen en porno kijken. Twee dingen die samen gaan als gin en tonic, en waar ik enorm aan toe was. Tenminste, als ik de reacties moest geloven die afgelopen weken massaal onder een stukje uit 2013 op dit mijn site verschenen.

Mijn mail stroomde elke dag vol met honderden meldingen dat er alweer iemand had gereageerd. Iemand die me in het Engels, Grieks, Russisch of Chinees en wees op de mogelijkheden tot onwaarschijnlijk prachtige erecties en filmmateriaal om daar vervolgens iets mee te doen. Of zoiets.

Het waren berichten zonder opsmuk, die met één korte zin en een link meteen tot de kern kwamen, of heel lange, door het ontbreken van interpunctie volstrekt onleesbare opsommingen van zinnen met het woord viagra erin. Er was een maar eentje die leek op een echte reactie, die me bijna op het verkeerde been zette:

Thanks for one's marvelous posting! I seriously enjoyed reading it, you're a great author. I will be sure to bookmark your blog and may come back sometime soon. I want to encourage you to continue your great writing, have a nice weekend! viagra online

Bijna. 

Ik heb de reactiemogelijkheid bij mijn stukjes nu uitgezet en alle berichten verwijderd, uit mijn mail en van mijn site. Een klusje dat misschien leuker was geweest als ik eerst een tijdje op de hand waarmee ik swipete en klikte was gaan zitten, maar daar heb ik nu niets meer aan.

 



Ik zag deze week de animatiefilm Coco, die zich vooral afspeelt tijdens Día de Muertos, de Mexicaanse feestdag waarop de doden worden herdacht. De hoofdpersoon, Coco, komt terecht aan de andere kant, in het prachtige land waar de doden leven. Tenminste, de doden die in het land der levenden nog herinnerd worden. Aan wie nog iemand denkt. Wanneer er niemand meer aan je denkt, verdwijn je en sterf je, zoals ze het daar noemen, de laatste dood.

Aan het einde van elk jaar denk ik aan de doden die bij leven al zijn vergeten. Terwijl de jaaroverzichten opsommen welke muzikanten, sporthelden, acteurs, politici en criminelen zijn overleden, denk ik aan de mensen om wie niemand rouwt. Wiens graf niemand bezoekt. Op wiens uitvaart niemand is geweest. De mensen die niemand mist, die eenzaam zijn gestorven. De mensen die met hun eerste, meteen ook hun laatste dood stierven.
Ik wil hun namen weleens in een jaaroverzicht zien.

 




Ritme is belangrijk. En dan heb ik het niet alleen over muziek, hoewel de dansvloer bij uitstek een plek is waar een gebrek aan ritme pijnlijk zichtbaar wordt. Ik was laatst op een feest waar een van de gasten het zelfs bij de simpelste maten presteerde om er precies naast te dansen.
Voorheen, toen ik nog wel eens hardliep, bestond mijn ritme vooral uit rust. Ter voorbereiding vooral niet trainen, dan binnen anderhalf uur de Zevenheuvelenloop voltooien en vervolgens een week niet kunnen lopen van de spierpijn. En daarna weer heel lang niet trainen voor de volgende loop.
Inmiddels loop ik al jaren niet meer hard, maar zit ik wel in een goed sportritme. Drie keer per week sta ik in de sportschool ‘zware dingen op te tillen en weer neer te zetten’, zoals iemand het ooit omschreef. Ik heb een doel, en elke keer in de sportschool kom ik een stap dichterbij. Als ik een keer niet kan word ik kribbig, en als ik een keer geen zin heb ga ik juist, omdat ik weet dat ik dan nog blijer thuiskom dan anders. Mijn ritme zorgt voor progressie, ik kan elke weer een paar kilo meer squatten en deadliften.
Het is zoals Luc de Vos al zong: Dankzij de vooruitgang is/ er vooruitgang.
Daarom hunker ik naar een hernieuwd schrijfritme. De laatste tijd heb ik weinig geschreven, en ook daar werd ik kribbig van. Ik wil weer, ik moet weer en het moet meer, meer, meer. Over een paar weken is mijn schrijfkamer klaar, dan heb ik mijn eigen plek waar ik ongestoord aan mijn roman kan werken en stukjes voor mijn site kan schrijven. Ik kijk er naar uit om mijn sociale leven op een laag pitje te zetten, om mijn telefoon uit te schakelen en om de avonden dat ik niet sport te schrijven. Maar ik ga niet wachten tot die kamer klaar is. Omdat ik wil schrijven. En omdat schrijven niet afhankelijk is van een ruimte, behalve die in je agenda. 
 



Ik had een afspraak met een instructeur van de sportschool. Omdat ik toe was aan een nieuwe workout, met deadlifts, squats en bankdrukken. De dagen ervoor werd ik steeds nerveuzer. Ik zag er een beetje tegenop om in dat deel van de sportschool aan de slag te gaan waar de echt sterke types rondhangen; jongens met een enorme V-vorm en bovenarmen die niet door het hoofdgat van mijn meest uitgelubberde t-shirt passen, en meisjes die mij zonder moeite boven hun hoofd tillen.

Maar de meeste zenuwen waren dezelfde als die ik had toen ik voor het eerst in een sterrenrestaurant ging eten. Ik was onzeker over mijn kleding, mijn kennis van etiquette, of het ontbreken daarvan en toen ik de eerste wijn proefde kreeg ik niet alleen van de tannines een droge mond; al mijn lichaamsvocht leek zich klotsend te verzamelen in mijn oksels. Ik was doodsbang dat om verkeerd te knikken, om door de mand te vallen.

Ik voelde me geen gast, net zoals ik denkend aan de sportschool dacht aan de nieuwe technieken die ik ging leren. Wat ik voelde was druk, alsof ik degene was die een prestatie moest leveren.

 


 

Als ik haar zie weet ik meteen hoe laat het is.
Ze rijdt op een sportieve fiets, zo een waarop je ook met voor de wind voorover gebogen zit. Ik denk dat het een stadsracefiets is; met bagagedrager maar zonder zo’n kromgebogen stuur. Dat weet ik niet zeker, want ik kijk nooit naar haar fiets. Ik kijk vooral naar haar rode krullen die bijeengebonden in een staat heen en weer wapperen als ze met tegemoet komt fietsen en we elkaar voorbij rijden. Elke dag.
Ik vertrek niet altijd op hetzelfde tijdstip van huis, omdat ik soms mijn dochter naar school breng, mijn bed niet uit kan komen of juist wel: dan stap ik extra vroeg op mijn fiets. Ergens op mijn route kruis ik haar, de ene keer al voordat ik bij het Klein Kalfje afsla en langs de Amstel naar de stad rij, de andere keer als ik Zorgvlied al voorbij ben. Ze lijkt de enige te zijn die ik elke dag tegenkom, en misschien is het daarom dat ik haar zie altijd zie en naar haar krullen kijk. Maar ze is vooral ook een bascule. Met in de ene schaal de plek waar we elkaar tegenkomen. In de andere stapelt zich automatisch de resterende reistijd en zo weet ik hoe laat ik op mijn werk ben. Omdat ik denk dat zij wel volgens een strak ritme leeft.

 


 

Ik kocht drie romans. Mijn favoriete boekhandel had de eerste twee (Heroes of the frontier van Dave Eggers en Jesus’ son van Denis Johnson) op voorraad. De derde werd voor me besteld. Die roman heet tinkers. Het is de debuutroman van Paul Harding, die er in 2010 de Pulitzer Prize mee won. Ik kende tot de zomer van 2015 titel noch schrijver. Sindsdien moest ik vaak aan het boek denken, maar het duurde dus nog ruim een jaar tot ik het kocht.

Een Ierse man las het, aan de rand van het zwembad van de Toscaanse agriturismo waar ik vakantie vierde. Ik las zelf De laatste ontsnapping van Jan van Mersbergen, de mooiste roman die ik die zomer las. Het boek dat de man aan het lezen was trok me door het omslag. De cover is vooral wit, met onderaan aan beide zijkanten een paar vage bomen, waardoor het wit op een sneeuwlandschap lijkt. Aan de linkerkant zie je ook het silhouet van een persoon. Ik vond het mooi, of in ieder geval interessant en ik moest denken het concert van Neil Halstead waar ik in 2002 een kaartje voor kocht om geen andere reden dan dat ik de poster aan de voorgevel van de Paradiso mooi vond. Halstead speelde breekbare liedjes in de kleine zaal, ongewild begeleid door de diepe bas van de band die in de grote zaal optrad. Welke band dat was weet ik niet meer, de cd van Halstead draai ik zo nu en dan nog steeds.

’s Avond bleek de Ier in het appartement onder ons te zitten. Ik zat op ons geïmproviseerde balkon, bovenaan de trap, hij zat voor zijn deur, onder een boom. We lazen onze boeken en ik leende hem mijn aansteker. Ik vroeg hem wat hij las en of het een goed boek was.
‘If you’re considering to commit suicide,’ zei hij. ‘This story might just push you over the edge.’
Dat vond ik een hele mooie aanbeveling.

 


 

De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in VondelCS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk. Soms ben ik dat. Hieronder kun je mijn stukjes beluisteren.

 

Sneeuwwitje (woensdag 3 augustus 2016) 
http://www.radio4.nl/opiumop4/deslaapservice?page=5

Meeuwen (dinsdag 28 juni 2016) 
http://www.radio4.nl/opiumop4/deslaapservice?page=9

Eeuwige schaduw (woensdag 1 juni 2016)
http://www.radio4.nl/opiumop4/deslaapservice?page=2

Demonen (woensdag 11 mei 2016)
http://www.radio4.nl/opiumop4/deslaapservice?page=5

Bouwvakker (dinsdag 19 april 2016)  
http://www.radio4.nl/opiumop4/deslaapservice?page=7

Airmiles (maandag 15 februari 2016)
http://www.radio4.nl/opiumop4/deslaapservice?page=16

 

'De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in VondelCS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk.'

Komende maandag (15 februari) maak ik mijn debuut in de Slaapservice van het radioprogramma Opium op 4. Elke dag leest een schrijver een kort stukje voor om het programma en de dag af te sluiten. Thomas Verbogt doet mee, net als Tommy Wieringa. En ik dus. Mijn eerste stukje heet 'Airmiles' en in totaal ben ik tien keer te horen, met korte stukjes van rond de 150 woorden. Joepie! 

Meer over de Slaapservice hier


Ik schreef voor Heijmans een artikel over mijn verblijf in de Heijmans ONE.

'De laatste keer dat ik zo zenuwachtig was moet een jaar of twaalf geleden zijn. Het was toen ik mijn eerste huis kocht. De verkopende makelaar had me gezegd dat hij die dag wilde weten of ik akkoord ging met zijn laatste bod. Ik was op mijn werk en wachtte net zo lang tot het hele kantoor leeg was voordat ik hem mailde dat we een deal hadden. Ik sloot mijn computer zo snel mogelijk af en kon nog maar één ding denken: Ik wil naar mijn moeder.' Lees het hele artikel



In 2015 won ik de schrijfwedstijd Manuscripting. Onderdeel van de prijs was dat ik een maand gebruik mag maken van de Heijmans ONE, een verplaatsbare eenpersoonswoning. Ik hield daar een dagboekje bij. 

Dag 17
Ik heb post, dus ik besta. Als ik naar binnen ga stap ik op een klein stapeltje reclamefolders. De woning voelt nog steeds als een vakantiehuisje, waardoor ik me er tot dit moment niet van bewust was dat er überhaupt een brievenbus in de deur zit. Er zit een folder bij met daarin de weekaanbiedingen van een supermarkt. De bezorger heeft mij dus gewoon de afgelopen twee weken overgeslagen,  de luiwammes. Met z’n fietstassen. En waarom zit er eigenlijk geen NEE-NEE-sticker op de deur?

Dag 24
Dit is hoe turbulentie moet voelen. Op de kale vlakte waar het huis op staat heeft de wind vrij spel. Het lijkt alsof Aeolus alle vier de winden tegelijkertijd heeft losgelaten en dat zij zich precies hier hebben verzameld om een oude ruzie uit te vechten. Het gaat er hard aan toe. Ik heb storm en regen altijd fijn gevonden. Het slaan van regendruppels op de ramen en het dak, het janken van de wind. Meer dan twintig jaar geleden had ik een cassettebandje van ‘Automatic for the people’ van R.E.M. Ik had de cd geleend bij de bibliotheek en die op mijn zelf bij elkaar gespaarde stereotoren op een TDK SA 60 gekopieerd. Het bandje was mee op vakantie en ik luisterde er in mijn tentje naar terwijl het hard regende. Sindsdien moet ik als ik een nummer van die plaat hoor aan noodweer denken, en andersom. Het album staat op Spotify maar ik zet het niet op. Ik laat de muziek uit, ik lig op het bed en ik luister naar de wind tot ik in slaap val.

Dag 30
De laatste dag. Ik pak mijn tas en laad de auto vol met mijn spullen. Ik moet nog poetsen en stofzuigen en daarna sluit ik voor de laatste keer de deur achter me. Als ik vroeger mijn kamer moest schoonmaken, zette ik de stofzuiger aan en daarna ging ik op mijn bed liggen met een pak roze koeken of rondo’s, en een boek.Nog steeds heb ik er een hekel aan.
Het fijne aan de beperkte ruimte in de ONE is dat ik zo klaar ben met schoonmaken. Het uitruimen van de vaatwasser neemt nog de meeste tijd in beslag. En dan is de maand voorbij. Ik doe het licht uit, de deur op slot en rijd naar huis.